Dans


Een belangrijk tegenwoordig voorbeeld van moderne dans is Alain Platel.

Alain Platel (56) behoort samen met Anne Teresa De Keersmaeker, Sidi Larbi Cherkaoui en Wim Vande­keybus tot de wereldtop op het vlak van moderne dans. Toch is de choreograaf podiumschuw. ‘Op de scène staan vind ik beangstigend.’

Wanneer de cast na de opvoering van C(H)OEURS een langdurig daverend applaus in ontvangst neemt en meermaals aantreedt verdwijnt Alain Platel al gauw naar de derde of vierde rij op het podium. Les ballets C de la B, het gezelschap van Platel, heeft net een groots spektakel opgevoerd, samen met een koor uit Madrid en een volledig liveorkest. Niet toevallig raken de zangers en dansers op het podium met elkaar verstrengeld: Platel houdt niet van hokjesdenken. Beneden in de grote hal van Les ballets C de la B op de Bijlokesite in Gent staan fietsen, een groot houten paard en een pingpongtafel broederlijk naast elkaar. De huisstijl is anarchistisch, eclectisch en geëngageerd. Platels trouwe hond Flint volgt zijn baas overal door het gebouw.

Hoe is dans in je leven gekomen?
Alain Platel: ‘Eerder toevallig. Mijn drie zussen, broer en ik kregen de liefde voor kunst wel van thuis uit mee. Ik trok geregeld aan de hand van mijn vader naar een museum. Mijn moeder nam me op mijn veertiende mee naar films van Fellini - toch geen evidente keuze. Toen ik negen of tien was zag ik pantomimetheater van Marcel Hoste. Ik was daar erg door aangegrepen en wilde ook zoiets doen. Mijn ouders namen contact op met hem en ik kon aansluiten bij zijn net opgerichte groep voor kinderen. Pantomime lag me zo goed dat ik al snel in de volwassenengroep mocht meedoen, en dat maakte grote indruk op mij. Later ontdekte ik moderne dans, met Pina Bausch als een van de pioniers. Ze liet dansers niet enkel zien als goede bewegers maar ook als mensen met een eigen identiteit, mensen die konden spreken en zingen en denken over het leven. Wat zij deed inspireerde mijn zus Pascale, een goede vriend en mij ongelooflijk. Wij gingen er zelf mee aan de slag op de zolderverdieping in Gent waar ik op dat moment woonde. Het was allemaal amateuristisch, het was helemaal niet de bedoeling om daar carrière in te maken. Geregeld kwam een stel vrienden kijken naar wat we uitprobeerden. Op een keer was daar ook een organisator van een festival bij. Hij nodigde ons uit om een paar keer op te treden in Antwerpen. Zo is de bal aan het rollen gegaan.’

Je hebt aanvankelijk voor orthopedagoog gestudeerd. Waarom?

AP: ‘Een uitwisselingsjaar in de Verenigde Staten is daarbij doorslaggevend geweest. Ik had net met veel moeite mijn middelbare studies doorworsteld. Ik was een buitengewoon grote puber - 1 meter 94 - en had letterlijk last van groeipijnen. Ik was dikwijls heel moe en op school was ik maar net met de hakken over de sloot. Dat alles maakte me heel onzeker. Het uitwisselingsjaar in de Verenigde Staten is heel vruchtbaar geweest. Voor het eerst werd ik uit mijn warme nest gerukt en in de realiteit gegooid. Ik kwam in Amerika ook wel in een warm nest terecht, een familie met zes kinderen, maar het gezin kon nauwelijks het hoofd boven water houden. De meubelwinkel van de vader ging failliet en elke frank werd omgekeerd. Net als de kinderen van dat gezin ging ik op zoek naar een baantje. Ik mocht assisteren bij een leerkracht in het bijzonder onderwijs. Ze nam me mee op huisbezoek bij haar leerlingen, die dikwijls in grove ellende leefden. Heel confronterend. Ik hielp ook kinderen met een handicap verzorgen in een medisch pedagogisch instituut en voelde dat ik zelf in die richting wilde verdergaan. Ik dacht aan hogeschool orthopedagogie maar mijn ouders wilden per se dat ik universiteit zou doen. Ik had veel last van faalangst maar heb het toch gehaald.’

Ben je daarna ook aan de slag gegaan als orthopedagoog?
AP: ‘Ja, ik heb een aantal jaren gewerkt in instellingen voor ik helemaal voor dans ben gegaan, en daar ben ik blij om. De ervaringen die ik toen heb opgedaan zijn van groot belang geweest voor mijn danscreaties. Ik heb een handicap nooit alleen maar willen zien als een tekort, het is voor mij een andere manier om het leven te leven. In mijn choreografie komen geregeld bewegingen voor die door sommigen omschreven worden als spastisch: die zijn een uitdrukkingsvorm voor onuitspreekbare emoties, of het nu gaat om liefde of om pijn. Die ongecontroleerde bewegingen stuitten jaren geleden nog op veel weerstand. Toch ervaren veel mensen herkenning: het leven is soms een sukkelgang. Ik moet nog de eerste mens tegenkomen die met gemak zijn leven leeft. Ook de vragen over zingeving die opkwamen bij het werken met mensen met een handicap nam ik mee in de dans. “Wat maakt je leven betekenisvol?”, vraag ik aan de dansers. Ik heb wel eens gedacht dat mensen met een handicap een voorsprong hebben op ons in het vatten van de essentie van het leven. Ze confronteren ons in elk geval met limieten en met het feit dat ze geen energie te verliezen hebben omdat alles zo veel moeite kost.’

Was het een moeilijke beslissing om dat werk achter te laten voor een leven als choreograaf?
AP: ‘De mogelijkheid diende zich gewoon aan. Dat ik er niet rijk van zou worden wist ik natuurlijk wel. Het heeft tot mijn veertigste geduurd voor ik mijn eerste echte loon ontving. Voordien ging het altijd om nepstatuten. Ik deed ook alles wat er moest gebeuren, van het decor en lichtinstallaties helpen opbouwen tot mensen vervoeren in een oude camionette. Maar de essentie van mijn werk was en is voor mij engagementen opbouwen met mensen, samen iets heel intens in elkaar steken. Dat is echt mijn eten en drinken. Mijn hobby is mijn werk geworden en dat is fantastisch. De relaties die ik heb met mensen zitten er ook zo in verweven dat er in feite weinig onderscheid is tussen mijn leven en mijn werk.’

Wat zijn je meest uitgesproken eigenschappen?

AP: ‘Ik ben in staat om mensen en energieën samen te brengen. Blijkbaar is dat niet zo evident. En ik heb een sterke mate van empathie meegekregen, waarschijnlijk van mijn moeder, een heel dynamische vrouw en een echte moederkloek. Pas op, ik kan ook vies uit de hoek komen. Ik ben zeker geen heilige maar ik kan me heel snel herkennen in het lijden van anderen. Het fascineert me hoe je daar op een podium uitdrukking aan kan geven. Wellicht is dat het enige wat ons echt bindt als mensen: lijden en dood. Op mijn zeventiende raakte ik erg geboeid door een tekst van Freud: de mens als polymorf pervers wezen. Dat hielp me om te beseffen dat echt alle kanten in ons zitten. Jef Vermassen zegt ook zoiets in zijn boek over moordenaars: als de omstandigheden er geschikt voor zijn, moorden we allemaal. Ik vind dat we altijd moeite moeten doen om te begrijpen waarom iemand iets doet, ook al is het weerzinwekkend.’

C(H)OEURS gaat over de spanning tussen het individu en de massa. Ervaar je zelf die spanning?
AP: ‘Al mijn voorstellingen gaan over de spanning tussen individu en groep. Enerzijds willen we allemaal onszelf realiseren en anderzijds willen we deel uitmaken van een groep. Vind daar maar eens het evenwicht tussen! (zucht) Ik kan eigenlijk heel goed met mezelf zijn, en al wandelend conversaties voeren met mezelf. Ik heb dat vooral wanneer ik op een nieuw project aan het broeden ben. Als dat niet het geval is geniet ik ervan om mensen te bekijken terwijl ik wandel of ergens iets drink. Maar ik heb ook de intensiteit nodig van samen met anderen aan de slag te gaan in de studio. Anderzijds kunnen recepties me dikwijls gestolen worden. Ik krijg dan klamme handen. En wanneer ik een grote groep mensen moet toespreken moet ik mezelf echt overwinnen. Toen ik hoorde dat er meer dan honderd vrijwilligers zouden komen opdagen om C(H)OEURS mee voor te bereiden en ik zo veel mensen zou moeten toespreken heb ik een nacht slecht geslapen van de zenuwen. Ik heb plankenkoorts. Op een scène staan vind ik al helemaal beangstigend, ik kan me nu nauwelijks voorstellen dat ik dat in die beginjaren gedaan heb.’

Je hebt sinds vele jaren een relatie met Isnelle da Silveira maar jullie wonen niet meer constant onder één dak. Wat maakt samenwonen zo moeilijk?


AP: ‘Samenwonen brengt automatisch patronen binnen in een relatie, en voor je het weet raak je verstikt en beklemd. In intimiteit kan je verzuipen, en dan kan een latrelatie opnieuw lucht in de verhouding brengen. Door wat afstand te nemen zie je gemakkelijk weer de positieve kanten. Terwijl ik dit zeg steekt er meteen een stemmetje de kop op: is dat niet wat gemakzuchtig? Misschien, maar het appartement dat we delen is sowieso de boomstam van ons samenleven. De kamer die ze elders heeft is bijkomstig. Soms zien we elkaar heel veel, soms weinig. Ik ben eigenlijk heel erg bezig met de balans op te maken van mijn leven, en die spanning tussen ik en wij hoort daarbij. Ik heb daarin nog geen evenwicht gevonden. Het is ook iets typisch voor mijn generatie. We hebben tijdens ons opgroeien steeds meer collectiviteit zien afbrokkelen ten voordele van individualiteit. Wijken, parochies, verenigingen … dat is allemaal afgebrokkeld maar we hebben daar eigenlijk nog geen alternatief voor gevonden. Isnelle en ik proberen elkaar vrij te laten op elk gebied, en tegelijk willen we het niet opgeven met elkaar. Onze relatie neemt gewoon een andere vorm aan die gezonder is voor ons. Toch blijft het een moeilijke oefening - echt niet alleen voor Isnelle en mij - om onze talenten te beleven zonder daar anderen voor op te offeren.’

Stel dat God de Vader tegen je zou zeggen: ‘Alain, het is nu genoeg geweest met choreografie. Verzin iets anders.’ Wat zou dat zijn?
AP: ‘Dat zou hetzelfde zijn als mij verbannen naar de hel! Door de aartsmoeilijke periode die we net achter de rug hebben met de Cultuurcommissie (die beslist over cultuursubsidies, nvdr) worden we weer geconfronteerd met fundamentele vragen: hoe kan het dat we enerzijds zo veel bijval krijgen voor ons artistiek werk en anderzijds toch middelen dreigen te verliezen? En ook: wat als alle subsidies zouden wegvallen, zou ik dan nog bezig zijn met dans en theater? Het antwoord is: ja, ik zal altijd creatief bezig zijn, al moet ik er om den brode een of andere job bij nemen. Mijn werk is mijn leven. Dit is zo rijk en vervullend.’

Biografie Alain Platel

1956: Geboren in Gent

1980: Licentiaat ortho­pedagogie
1984: Opstart Les ballets C de la B
1997: Océ Podiumprijs
2000: Chevallier de l’ordre des Arts en des Lettres (Frankrijk)
2001: Prix Nouvelles Réalités Théatrales, EU
1984-nu: Choreograaf van ophef­makende producties zoals Moeder en Kind, Iets of Bach, Out of context - for Pina, C(H)OEURS

Dans



Iemand riep eens als kind: "ik kan al dansen, dat hoef ik niet meer te leren!"
En ik weet dat ze gelijk had. Ze kon bewegen en laten bewegen als geen ander.
Maar toch gaat dansen ook om “samen” door het leven te "dansen".

Nee, mijn eerste ervaring als klein kind was  “samen dansen”  niet van ik wilde er nog heel veel van leren.
Ik kan me herinneren hoe ik als klein jongetje van een jaar of 5, mij bewoog tussen allemaal veel oudere mensen in “Camping Arnhem” en dat ik samen met ze mocht dansen omdat er mooie muziek te horen was.
De muziek die ik toen hoorde heeft een verpletterende indruk op me kunnen maken en er voor gezorgd dat ik mijn smaak voor muziek ging ontwikkelen met die gedachte van juist die muziek in mijn hoofd.
Ik hield van volksdansen en van volksmuziek uit verre landen. Landen die mij iets konden leren merkte ik als klein kind. Anders dan mijn oudere broers ontwikkelde ik een smaak voor muziek die heel anders was dan die van hen. Ik ging in de stad Leeuwarden naar het café “Biels” en hier kwamen mensen die volksmuziek lieten horen met klanken o.a. ook uit de Ierse volksmuziek, iets waar ik ook zeer door werd getroffen. Dat dit de geboortestreek van een Samuel Beckett is geweest realisseerde ik me toen nog niet. Ik was gek op de Dublinners met hun drankliederen en die de mensen met hun allen lieten dansen en bewegen. Ook de Schotten hadden mijn aandacht en ik hield zelfs van doedelzakken. Ik kan me nog herinneren dat ik op de middelbare school eens een maatschappijleraar heb (meneer Molenaar als ik me niet vergis)  gekend, die er eens naar toe was geweest en  die me kon vertellen dat de mannen die daarbij rokken moesten dragen, absoluut geen ondergoed mochten dragen en vooraf vaak daarop dan gecontroleerd werden doordat ze over een spiegel moesten lopen. Ik heb dat altijd een lachwekkend gegeven gevonden, iets dat ik maar moeilijk kon begrijpen. Maar ja, die Engelsen hadden natuurlijk allemaal van die vastgeroeste principes en dat wist ik wel. Mensen die zo nodig links moesten blijven rijden, terwijl men in heel Europa rechts reed. Misschien wel ongemerkt daarmee voortdurend de oppositie en het zogeheten "rebelgedrag" mee op zoeken. Wie zal het me zeggen? Ik zeg dat dus maar zelf. En wat maakte het uit, ik hield van hun volksmuziek, ik hield van de Dublinners. ik ben in Heerenveen zelfs nog eens naar een concert van hen geweest, al vond ik dat in die sporthal iets te massaal. Je kon amper nog iets van ze horen, omdat grote massa mensen massaal mee moest gaan zingen. Misschien dat ik daarom altijd iets tegen te grootschalige optredens heb gekregen. Ik heb het liever nog een beetje overzichtelijk en iets meer persoonlijk.
Maar terug naar de dans, ik was onwijs gek op dans dus, al vond ik eigenlijk dat ik er zelf helemaal niets van kon. De beweging van de dans trok me aan. Toen mijn oudste broer op “stijldansen”  wilde ik dat ook, want ik wilde met dat soort dansen niet meer de hele tijd op andermans tenen hoeven te trappen. Misschien is het feit dat ik op mijn 55e levensjaar het nog steeds niet onder de knie heb gekregen, een werkelijke aanleiding om het nog steeds een keer te willen gaan leren. De laatste stijldanspoging die ik ooit heb willen uitproberen was trouwens nog in Zoetermeer. Ik had toen iemand getroffen die helemaal gek van Tangodans was en hij had me uitgenodigd om eens een paar lessen bij te gaan wonen. Hij woonde toevallig in dezelfde flat waar ik toen woonde. Helaas heb ik uit geldgebrek toen niet doorgezet om het goed te leren, maar wie weet, ga ik het nog eens doen in Den Haag, want daar dansen ze ook de Tango had hij me verteld. Ik moet zijn kaartje nog wel ergens hebben natuurlijk. En dan kan ik het hem vragen. Ik weet nog goed dat ik toen moest danken aan een soort Tangoachtige dans in de film “Moulin Rouge” die zich op het eind afspeelde en dan op het nummer van ROXANNE, een prachtig mooi nummer vond ik met een verpletterende indruk zoals ik dat eens onderging in de bioscoop waar ik deze film toen met mijn toenmalige vriendin heb kunnen beleven. We genoten er toen beiden van. Maar de tango-man vond de film helaas een tegenvaller en dacht aan een andere film die “Moulin Rouge”  heette en die het levensverhaal van de schilder Toulouse Lautrac was. Deze film heeft hij mij toen uitgeleend en ik heb er ook van kunnen genieten. Het was het prachtige levensverhaal van de kunstschilder Toulouse Lautrec, een tijdgenoot van de bekende Nederlandse Vincent van Gogh die bevriend met elkaar zijn geweest. Voor iedereen die deze film en dit levensverhaal niet kent, wil ik deze film zeker aanraden. Bij de Albert Heijn heb ik de film nog eens willen kopen in de uitverkoop voor slechts EUR 4,99
Beweging is dus meer geworden dan alleen maar dans. Het is dus ook film en musical geworden voor mij, al moet ik aangeven dat ik ook deze 2 communicatiemiddelen het liefst tot me neem in een klein gezelschap.
Oh, wat heb ik kunnen genieten in de bioscoop toen ik in een grote bioscoop zat, alleen maar met mijn vriendin of met nog een enkel ander stelletje erbij. Ik kan me dat herinneren in Amsterdam en in Manilla. En in Manilla, dat was toen wel een hele grote bioscoop. Maar wie gaat er in de Filippijnen nou naar de bioscoop, wanneer men voor hetzelfde geld van een toegangskaartje de film al op de zwarte illegale markt kan kopen?
Dat is ook de reden geweest dat de grote stad Dipolog-city geen enkele bioscoop meer had en waarom ik toen via een beamer zo’n bioscoop voor vooral kinderen er heb willen realiseren. Ik zie de kinderen nog op het bouwterrein van mijn schoonouders naar de film kijken. Geprojecteerd op de achterkant van een grote vrachtwagen die er in de steenfabriek “De Hollowblock” met een wit doek overspannen was. Ik weet dat het toen is gaan regenen en hoe we de beamer overdekten met paraplu en de kinderen wilden blijven kijken onder een groot zijl naar Mary Poppins. Dat is dus een onvergetelijk moment voor mij geweest.
Dans heeft me dus altijd aangetrokken en hoe dat precies dan in een leven gaat begrijp ik ook niet, maar wanneer ik terug denk aan mijn academietijd van de kunstacademie, weet ik dat ik daar weer op volksdansen was gegaan. En hoe ik  eens had willen  gaan liften naar Amsterdam om er naar een voorstelling van de zogeheten Kleinkunstacademie te gaan aan de Lindengracht. Ik kreeg toen een lift van een al aardig volle bus die voor me stopte en waarin een heel danstheater zat. Het was Marcel Horsthuis, een danser en choreograaf van kinderdanstheater. Het was onwijs gaaf om de groep te leren kennen en alsof dit contact niet genoeg was, trof ik dezelfde choreograaf die avond toevallig opnieuw in een snackbar van de Amsterdamse Jordaan. Toen pas zijn we werkelijk tot elkaar gekomen en is er daar in die snackbar een contact ontstaan die van invloed heeft kunnen zijn voor mijn latere grote liefde voor de dans. Ik ontmoette grote Nederlandse dansers en kunstenaars zoals Ruut Weissman (momenteel artistiek directeur van de Kleinkunstacademie) en Hans van Maanen (Internationale bekendheid in de dans en tevens fotograaf) en het educatieve danstheater heeft nog eens op de kunstacademie op willen treden waarbij ik een buurschool voor doven en slechthorenden erbij uit had willen nodigen. Dansen is dus bewegen en bewegen is dansen. Het zijn ruime begrippen voor mij en als belangrijk onderdeel in iedere vorm van leven. Beweeg je niet of nauwelijks, dan zul je amper iets kunnen veranderen. Maar zie je dat er dingen echt kunnen veranderen door positief te bewegen, dan kan er van alles als een wonder aan je beeld veranderen.


De Tarantella

De Tarantella is een dans die in Italie overal gezongen, gespeld  en gedanst wordt. Zelfs de meest beroemde artiesten hebben de tarantella willen zingen, spelen of dansen. Hieronder een afbeelding van deze zeer imponerende dans die zeer aantekelijk kan werken en die ik mezelf op de mondharmonica heb aangeleerd.

 

 

 

 

Deze uitvoering heb ik altijd zeer wonderlijk gevonden, want ik geloof eigenlijk niet dat je hoort van wat je ziet. Het spel van de accordion is zo gevarieerd en vaak hoor je 2 trekzakken. Dus vrijwel zeker voor mij is het niet van wat je ziet. Toch vind ik het leuk om naar te kijken, want het acteren zal in ieder geval uit het hart komen,

 

 

 

uit onderzoek:

Bij Italiaanse volksdansen draait het vaak om de Tarantella, een snelle dans met dansers die op aanzwepende muziek bewegen. Veel wordt deze dans op bruiloften gedanst. Deze dans ontstond in het zuiden van Italië en heeft een rijke geschiedenis.

Wie heeft de Tarantella?

De Tarantella is van oorsprong een dans gedaan door de lagere en middenklasse Italianen en werd beschouwd als een dans die zou genezen de zieken. Later ontwikkelde zich tot een paringsdans en werd uitgevoerd door jonge koppels. In de hofmakerij versie van de dans, de vrouw maakt gebruik van de dans aan te trekken haar partner, die zich aangetrokken voelt tot haar schoonheid, elegantie en fitness.

Italianen geloven dat het pech is om de Tarantella alleen uit te voeren, dus het wordt altijd uitgevoerd met ten minste een andere persoon.

Spinnenbijt

Er is een mythe dat de Tarantella is ontstaan ​​als een remedie voor een hapje van de Tarantula, een giftige spin. De persoon die werd getroffen door de spin, moeten gaan preseteren in de Tarantella non-stop dance  om te kunnen overwinnen van het gif.

 

in heel Italië

Hoewel het wordt aangenomen dat de Tarantella is ontstaan ​​in Zuid-Italië, er zijn versies gevonden door het hele land. De Furlana en de Saltarello-in Venetië en Rome, respectievelijk-zijn vergelijkbaar met de Tarantella.

 

herkomst

Tarantella vertaalt naar "kleine spin." Er wordt aangenomen dat de stad Taranto een epidemie van giftige spin bijt had in de 13e eeuw.

 

Tekst van de Tarantella

(met een vrije vertelinge van mezelf)

De dans kent in de muziek ook wat teksten. Dit zijn verschillende teksten en ik heb er van een paar een vrije vertaling van willen maken:

TARANTELLA –vertaling 1

Hoe kan ik deze vrouw mijn liefde tonen?
Ik denk aan rozen, ik houd van haar,  ik zie een  prachtige tuin
en ik draai rond en rond
en zo val ik in de liefde.
Als edelstenen en schitterend goud
Ik wil het toedekken
En in het midden van de steengroeve zie ik plotseling een fontein,
een bron waaruit met grote kracht het water spuit
daar zet ik je neer om als een vogel te zingen,
je zingt en je rust
en je laat me zien hoe mooi je bent
Als een vrije vogel te zijn,
ik zal in je armen willen dromen, lieveling.

Als je niet zo mooi zou zijn,
Zou ik niet verliefd op je kunnen worden
ik houd van de manier waarop je loopt,
en de manier waarop je praat.

Ach, kruipende spin

Waarom ben je toch zo gemeen tegen me,
je moeder weet ook al dat ik van je houd,
en zij zal het je ook kunnen vertellen.

 

TARANTELLA –vertaling 2

Duisternis overvalt me en ik ben  te neer geslagen
Vermoeidheid verstikt me bijna
Iedere dag voelt als een grote sleur
Totdat mijn oog valt op de spin die naast me zit

In zijn ogen schittert  een koud  vuur
Mijn hartslag daalt en ik ben angstig
Het verlamd mijn  blik
ik kan niet schreeuwen of  aanvallen

Als een vlammenzee komt het over me heen
Maar het  ritme is de kwellingen machtig
Gitaren schreeuwen in mijn oor
En de kracht van de Tarantella laat me dansen

De wereld draait rond en rond in grote cirkels
Mijn ledematen gaan vanzelf en ik lijk geen spier  te vertrekken
Maar we  dansen de dans van de Tarantella
Ik kan de kwade geest eindelijk laten varen

Rock and Rol, lijkt op het kwaad van die oude spin
Het wilde mijn ziel
En ik verzet mij
En ik schreeuw zo hard ik kan

Het geluk komt naar me toe
Zwart in wilde ogen  die mij nu  een helder beeld wil geven
Dans de dans de Tarantella.
Je zult er  nooit door breken.

Een bijzondere groep die al lang niet meer bestaat

De Internationale Nieuwe Scene uit Belgie



Dans

Dans is een hele belangrijke specialisatie. Hoe mensen bewegen is iets ondernemen, maar ik houd van dans omdat het je hart letterlijk sneller kan doen laten bewegen en je er energie door kunt krijgen. Maar dan beweging gevuld met liefde en opbouwende passie.

 Pina Baus

 https://www.facebook.com/video/video.php?v=1182787283111

 Walzer van Pina Baus

 

 

 

- Filippijnse dans

dans: Track 08 - Kuratsa

dance: Carinosa

dance: Tinikling

dance: Pandanggo Oasiwas

dance; Itik Itik

dance: Pantomina

Dance: Maglalatik

Dance: La Jota Moncadena

Dance: Track 14 - Surtido

Dance: Track 05 - Binasuan

Dance: Track 09 - Polkabal

Dance: Track 11 - Kappa Malong-Malong

Dance: Track 12 - Habanera Botolena

Dance: Track 04 - Sayaw Sa Bangko

Dance: Singkil